THÉ LAU: HET GAAT OM JE VERHALEN

TROUW Emiel Hakkenes, 10 februari 2006

Thé Lau (2006)’Tempel Der Liefde’ heet de nieuwe CD van Thé Lau die komende week verschijnt. God duikt regelmatig op in zijn teksten. "Hij houdt zich niet bezig met ons goed en kwaad.”

Thé Lau, zanger, schrijver, tekstdichter, stelt voor af te spreken in een uitspanning in het Amsterdamse havengebied. De winterdag is kraakhelder, zon op het water. ’De rivier is oppermachtig, een waarachtig vrouwelijk dier’, zong Lau eens. Het moet op een dag als deze zijn geweest dat de hoofdpersoon van het lied dacht: ’Als je me ooit begraven moet, begraaf me dan maar hier, bij de stemmen van de joden en de slaven’.

Stipt op tijd verschijnt Thé Lau (1952) om de hoek. Lange man, geheel in het zwart, blauwe ogen. Hij loenst een beetje, zijn rechteroog wijder open dan het linker. Hij rookt de ene sigaret na de andere. Trillende vingers.

"Tempel der liefde", zegt Lau, "is een verwijzing naar Hooglied. Al is het titelstuk van de CD bepaald niet verheven, eerder plat: ’de v van verlangen gespreid op satijn’."

Zijn voorlaatste tournee bracht Lau, met een kamerorkest, in Vlaamse kerken en kathedralen. "In een kerk ervaar ik de zielen van de mensen die daar hun tijd hebben doorgebracht. Een lied over de dood krijgt in een kerk een totaal andere lading."

"Het gezin waarin ik opgroeide was als enige van de buurt niet katholiek. Kinderen uit de straat noemden me heiden. Nee, ik geloof niet in God zoals de christenen in Hem geloven. Maar toch: God, hemel, hel - het rolt er makkelijk uit bij mij. Moeilijk te beredeneren, het is vaak een constructie als een wiskundeformule.”

'draai, verliefde aarde,
van ramadan naar kerst'

(uit ’Draai’, 2006)

"Ik hoop van harte dat het in dit land beter zal worden, met alle religieuze en andere vreemde tegenstellingen, ik zing dit welbewust. Ik schreef het in een melancholische stemming, de tekst was aanvankelijk heel zwart, een blues. Want ik ben niet zo idealistisch. Vorig jaar werd ik gevraagd een lied voor bevrijdingsdag te schrijven. In geen jaren heb ik zo geworsteld met een tekst. Het lied moest uitgesproken positief zijn, maar niet klef. Ik heb misschien wel drieëntwintig versies gemaakt, stond op het punt de opdracht terug te geven. Ik stel me vaak pragmatisch op: als iemand denkt dat mijn handtekening, een lied, een optreden iets bijdraagt, dan doe ik dat. Maar die brandende passie van bepaalde activisten heb ik niet. Ja, over sommige zaken ben ik verontwaardigd, maar zij zijn verontwaardigd tot op het bot. Niettemin: als iemand een beroep op me doet zeg ik ja.”

'ik zoek niet naar de hemel,
ik zoek niet naar de hel
ik zoek naar de verhalen
die jij niet meer vertelt'

(uit ’Lantaarn’, 2006)

"Ik ben mij zeer bewust van mijn eigen sterfelijkheid. Van de betrekkelijkheid van het leven, het korte bestaan op aarde. Mijn vader is nu in de tachtig. Hij is broos, valt af en toe uit zijn bed. Hij is als het ware verschrompeld, maar zijn scherpe tong heeft hij nog. Zo’n man bestaat bij de gratie van de verhalen die hij vertelt. Met het eind van het leven in zicht vertelt hij die steeds minder. In ons leven streven we naar van alles en nog wat, maar het gaat om wat je te vertellen hebt. Wat geef je door aan een ander?"

"Mijn vader was een zeer aanwezige, extraverte figuur. Hij kon publiekelijk enorm tekeergaan, vooral in cafés. Voor een kind zeer ontzagwekkend, een man voor wie je liefde voelde, en vrees tegelijk. Een soort God."

'ik kijk naar het werk van God
naar de gaten die het slaat'

(uit ’Het Werk Van God’, 1988)

"Het was de eerste keer in mijn leven dat ik geconfronteerd werd met een dood persoon. Niet in een kist, maar thuis, op de keukenvloer. De zus van mijn vrouw, veel te jong. Ze had haar hand uitgestrekt naar de telefoon. Die aanblik gaf me een gemengd gevoel. Prozaïsch, mensen gaan nu eenmaal dood, maar dit was veel te vroeg. Haar huis was overwegend wit. De enige bewoner lag dood op de grond en toch voelde ik daar een enorme présence."

"God is geen wezen dat zich bezighoudt met ons goed en kwaad. Mijn idee van God krijg ik uit het boek ’Het Heelal’ van Stephen Hawking. Het biedt een blik op de aanwezigheid van iets dat veel groter is dan voor ons mensen voorstelbaar is. Misschien is God wel de oerknal zelf. Of het wezen áchter de oerknal.”

'dromen komen,
en lokken je van huis
en overal: de schaduw van het kruis

(uit ’De Schaduw Van Het Kruis’, 1993)

"Als kind voelde ik me een mietje. Kinderen uit de buurt stalen wel eens wat, ik niet. Op een dag stopte ik in de supermarkt een zak snoep onder mijn jas. Nog voor ik thuis was schaamde ik me zó dat ik omkeerde en de zak terugbracht. Goed van me, misschien. Maar de andere kinderen was het kennelijk wél gelukt om zich over hun schaamte heen te zetten. We laten ons belemmeren door schaamte, een erfenis van ons christelijk geloof. In andere culturen kennen ze zulke schaamte niet, zeker seksueel niet. Daar verbaas ik me over. Goed, schaamte verschaft ons moreel besef. Maar dat moeten we weten te doseren. Statistisch gaat één op de zoveel mensen vreemd. Dat gebeurt, is een feit, waarom schamen we ons dan? En liegen. Dat doen we toch ook allemaal?"

"Ik heb me wel eens geschaamd voor wat ik heb geschreven, voor uitgesproken slechte nummers. Maar ik werk langzaam genoeg om ervoor te zorgen dat die nooit het publiek bereiken. Toen ik nog met mijn band The Scene speelde, hadden we onderling wel eens discussies. Het schijnt ook dat iedereen Jacques Brel afraadde om ’Ne Me Quitte Pas’ uit te brengen. We mogen hem dankbaar zijn dat hij het tóch heeft gedaan.”

'dit is de beschaving,
dit is mooi en groot
en dus kwetsbaar voor beschadiging
en domheid eist de dood'

(uit ’Beschaving’, 1993)

"Je ziet het overal om ons heen. Neem de moord op Van Gogh en de teksten die daarna opduiken. Dat is toch domheid? Men beroept zich op God, maar met Hem heeft het niets te maken. Het is eerder machtspolitiek. Primitieve taal, holle retoriek.”

'de God van Nederland
laat de geest graag vrij bewegen
maar de greep van zijn strenge hand
houdt de stoutste dromen tegen'

(uit ’De God van Nederland’, 2002)

"Nescio gebruikt ’de God van Nederland’ in zijn verhaal ’Dichtertje’. Dat kende ik nog niet toen ik het schreef, maar we gebruiken het in dezelfde betekenis. De God van Nederland is een kleine, benepen entiteit vergeleken bij de grote God van hemel en aarde. Onze Nederlandse volksaard is soms zo kleinburgerlijk.”

'heeft het recht van bestaan,
heeft een liefdeloos leven
recht van bestaan?'

(uit ’Recht van bestaan’, 1993)

"Ik heb een nogal melancholische natuur. Liefde houdt me op de been, het is de brandstof voor alles. Liefde is veelkoppig. Liefde voor een vrouw is niet hetzelfde als liefde voor een muziekstuk. Maar het komt wel uit dezelfde bron. Heeft leven zonder liefde bestaansrecht? Ik vrees van wel, er zijn veel liefdeloze mensen. Maar heeft zo’n leven waarde? Ik kan het me niet voorstellen."

"Het is een thema in de roman ’East of Eden’ van John Steinbeck, gebaseerd op het verhaal van Kaïn en Abel. Kaïn slaat Abel dood en God zegt hem dat hij naar het land van Nod moet gaan. In het Hebreeuws gebruikt God, volgens Steinbeck, het woord ’timshel’. Dat is geen gebod, maar een advies. God stelt Kaïn voor de keuze: ik denk dat je beter weg kunt gaan, maar het is aan jou. Dat treft mij enorm. Een liefdeloos leven, dat is aan ieder zelf. Maar mij lijkt het beter van niet.” «


[Media]