TEKSTEN MET EEN ROCKGEVOEL

ALGEMEEN DAGBLAD David Kleijwegt en Menno Schenke, 1994

Thé Lau (1994) / Foto: Paul TolenaarOp de nieuwe CD 'Als De Rook Is Verdwenen...' brengen zestien rockgroepen een ode aan Boudewijn de Groot. Diens liedjes uit de jaren zestig en zeventig blijken moeiteloos de tijd te trotseren. Bovendien: de Top-10 van de hitlijst staat vol Nederlandse producties, waarvan een groot deel in de moerstaal. Groeiend nationaal bewustzijn of het Nederlandstalig poplied als cultureel erfgoed: een discussie met de zangers Boudewijn de Groot (50), Rick de Leeuw (33, Tröckener Kecks), Thé Lau (42, The Scene) en Martin Buitenhuis (25, Van Dik Hout).

Enige inleidende schermutselingen in een al snel bedompt wordend kantoortje bij de Wisseloord-platenstudio's. Eerst koffie en broodjes, maar dan dienen de vier heren een poging te doen zichzelf als tekstschrijver te typeren. Dat is, zo blijkt, geen eenvoudige vraag. Thé Lau - kuifje, doorrookte stem, gepokt en gemazeld in de Nederlandse muziekwereld - aarzelt: "Als tekstschrijver? Als zanger zou makkelijker zijn. Ik ben rockchansonnier." Rick de Leeuw - lang, het haar zwart geverfd, een stem als een kerkorgel - grijnst: "Mooi ongemakkelijk begin vind ik dit, mag je best weten." Thé Lau: "Bijna niemand in een Nederlandse rockband, zelfs de Engelstalige, klinkt als de Amerikaanse rockzangers. Dat komt volgens mij door het erfgoed van de Franse muziek waar hun ouders naar luisterden. Niet alleen Jacques Brel, ook zangers als Georges Brassens. Is dat iets minder vaag?" Rick de Leeuw is, zegt hij, zanger vanwege de aandacht. "De zanger staat op de beste plek in een band. Met een blokfluit of tamboerijn in m'n hand zou ik me een stuk minder comfortabel voelen op het podium. Midden vooraan: de zanger." Boudewijn de Groot - grijs, vitaal, eruitziend als een god van nauwelijks middelbare leeftijd, voor het eerst in jaren weer werkend aan een nieuwe CD - weet het beter: "Je bent zanger omdat je zo eigenwijs bent. Jij weet zelf het beste hoe het moet."

Thé Lau: "Ik schrijf mijn teksten onder de douche. Letterlijk. Altijd." De Leeuw: "Ik schrijf alleen als het moet. Een broodschrijver? Nee, meer een deadlineschrijver. Je hebt een kwart van een tekst en je denkt: dat is al heel wat, omdat het niet echt hoeft. Vervolgens laat je hem toch weer liggen. Je moet jezelf er toe zetten." Martin Buitenhuis - fris, nog niet geraakt door een leven van rock 'n roll, af en toe een beetje bedeesd - schrijft een tekst als hij denkt dat hij iets te melden heeft. "Als me een onderwerp te binnen schiet... Ik heb nog niet zoveel ervaring. Soms gaat het makkelijk..." Boudewijn de Groot: "Mijn tekstschrijver Lennaert Nijgh schreef als er een plaat moest komen. Dan kwam dat met golfjes, een tekstje hier, een tekstje daar. De teksten van Nijgh hebben een muzikale sfeer, daar helpt hij mij mee op weg. Hij schrijft de tekst en daarna ik de muziek." Thé Lau benadrukt dat muziek en tekst niet zonder elkaar kunnen bestaan: "Ik schrijf vanuit de muziek. Als ik een lied maak is er eerst een grof muzikaal gegeven dat leidt tot een onderwerp. Daarna moet het muzikale gegeven worden aangepast aan wat er op dat moment aan tekst is. Meestal leidt een zin tot nog een zin. Ik probeer teveel logica te vermijden. Naarmate een tekst duidelijker wordt, verliest hij aan spanning. Uiteindelijk kom je uit bij cabaretteksten, die dat helemaal niet meer hebben. Cabaret is van A tot Z iets vertellen."

Thé Lau geeft een voorbeeld van hoe je met een tekst kunt worstelen: 'Waterdrager', van het duo Nijgh-De Groot. Lau's groep The Scene speelt het op de CD 'Als De Rook Is Verdwenen...'. Op die CD staat overigens bij wijze van bonus ook een nieuw lied, gezongen door Boudewijn de Groot zelf: 'Een Wonderkind Van 50', met een aanstekelijk up-tempo. "Daar zat ik vreselijk mee omhoog. Het heeft me veertig keer zingen gekost voordat ik begreep waar de tekst over ging. Ik had een visioen van de tijd waarin het lied werd geschreven, eind jaren zestig. Op het origineel hoor je Beatles-invloeden. Toen zag ik opeens die waterdrager voor me, die radeloos heen en weer sjokt. Die waterdrager werd een sprookjesfiguur. Dat zou nu niet meer worden bedacht."

Rick de Leeuw: "Wij zouden een lied als 'Jimmy', dat Boudewijn zong, niet hebben kunnen schrijven. 'Maar liever dat nog dan het bord voor z'n kop van de zakenman, want daar wordt-ie allen maar slechter van'. Dat is teveel slogan, je zou het nu anders verwoorden." Martin Buitenhuis: "Ik geloof niet dat een tekst de tijdgeest vat. Die zit in het gevoel dat eruit spreekt. Het gevoel is veel vaker aan tijd of generatie gebonden dan de keuze van de woorden." Thé Lau: "Het beeld van de tijdgeest wordt pas over tien jaar duidelijk. Als je nu 'Die Dreigroschenoper' van Berthold Brecht uit 1928 draait, heb je niet het gevoel dat je naar gedateerde muziek zit te luisteren." De Leeuw tegen De Groot: "Mijn moeder vond 'Testament' prachtig." De Groot: "Mijn moeder ook." De Leeuw: "Dat was zo'n beetje het 'Yesterday' van Nederland. De Groot: "Je schrijft vanuit een generatie, niet voor een generatie. Wij maken niet uit wie naar onze muziek luistert. Natuurlijk hadden mijn liedjes in de jaren zestig soms een boodschap. Die hebben teksten van Tröckener Kecks, The Scene en Van Dik Hout ook, al zijn ze misschien niet als zodanig bedoeld. Zoals de Kecks zingen: doe alles eerlijk en oprecht. Dat is een boodschap."

Tekst schrijven betekent ook tekst afkeuren en weggooien, erkent Thé Lau. "Daarom schrijf ik nooit 's avonds teksten. Want dan maak ik, met een hoop bier op, teksten die er de volgende dag uitzien als... filosofische, mathematische verhandelingen, een algebrasommetje in de vorm van een liedje. Dat is altijd te pretentieus, nooit poëtisch." Rick de Leeuw: "In onze band schrijven drummer Leo Kenter en ik samen. Leo is technischer dan ik in schrijven en structureren van coupletten, een rijmschema regelen. Als ik daar zelf een poging toe waag, wordt het geknutsel. Het blijft beter dan een sinterklaasrijm, maar je voelt niet de sprankeling. De fonkel van de genade ontbreekt." Boudewijn de Groot: "De wat?" De Leeuw: "De fonkel van de genade, dat je begenadigd bent. Dat moet erin zitten. Het moet meer zijn dan een boodschappenlijstje, ook al rijmt het." Martin Buitenhuis: "Op een schitterende melodie kun je een belachelijke tekst en dan klinkt dat toch. Ik denk dat je het verband tussen muziek en tekst in de gaten moet houden." Thé Lau: "'Obladi Oblada' van The Beatles. Met 'Blauw' van onze band hebben wij net zoiets gedaan."

Rick de Leeuw: "In Nederland zit je met de loodzware erfenis van het cabaret. Daar mag een poptekst niet eens naar ruiken, want dan is hij niks. Vertaal een willekeurig lied uit het Engels in het Nederlands en je constateert al snel: dat beweegt zich al een paar niveaus lager dan wat wij in oorspronkelijk Nederlands gewend zijn. Ik heb nog nooit een schuttingwoord gebruikt. Lelijk! Schuttingwoorden zijn namelijk erg cabaret. Ik loop m'n lul achterna... Dat krijg ik op het podium niet uit mijn mond." Boudewijn de Groot: "Een verkeerde klemtoon vind ik al vreselijk. De grammatica moet kloppen." De Leeuw: "Het is een teken van onmacht als dat niet zo is." De Groot: "Of van achteloosheid."

De Nederlandse taal is, stelt Thé Lau, absoluut geschikt om er het rockgevoel mee te verwoorden. Rick de Leeuw: "Het rockgevoel? Is dat in een tijgerbroek heel hoog gillen met het licht aan?" Lau: "Rick zei dat er in het buitenland mindere teksten worden geschreven. Daar ben ik het niet mee eens. Toen ik begon met het maken van Nederlandse muziek, heb ik me verlaten op Amerikaanse voorbeelden. Het was de tijd van Doe Maar, Het Goede Doel en Toontje Lager, de jaren tachtig. De tekst was voor die groepen de hoofdmoot en klonk daarom altijd als letterlijk op de muziek gezet. Of erger nog: de muziek klonk achter de teksten, een beetje weggefrommeld. Het schoolvoorbeeld van hoe het niet moet is voor mij 'Ik Heb Stiekem Met Je Gedanst' van Toontje Lager. Dat klonk als alleen maar een tekstje. Een leuk ideetje, klaar." Als de naam Doe Maar als mogelijke inspiratiebron valt, klinkt uit drie monden een hard 'nee!'. Rick de Leeuw: "Niet zomaar nee, een NEE, met hoofdletters. Ik haatte Doe Maar. Ik was bijna in het Duits gaan zingen vanwege dat geëtter. Afschuwelijk! Tröckener Kecks maakt geen Nederlandstalige muziek. We maken muziek met Nederlandse teksten. Nederlandstalige muziek is een ander genre."

Boudewijn de Groot: "In de teksten van Thé, Rick en Martin, en ook in die van De Dijk, zit dat rockgevoel. Zij schrijven teksten die in een conversatie onderdeel van het gesprek worden. Je kunt ze zeggen. Dat vind ik het specifieke, het zijn spreekteksten, die bijna ook als zodanig gezongen worden. De teksten van mijn liedjes waren anders, literairder. Hoe zeg ik het mooi zonder dat het al te opgelegd wordt? Als ik ze terugzie, straalt het literaire er vanaf, ze zijn soms behoorlijk pretentieus." Martin Buitenhuis: "Ik heb de literaire pretentie om de woorden niet literair te laten klinken. Het liefst heb ik het zo dat de woorden vanuit het onderwerp, hup, op papier of in de melodie glijden." Rick de Leeuw heeft, verklaart hij, wel zeker literaire pretenties. "Op onze laatste plaat staat 'Trek Je Jas Aan'. Dat heb ik gelezen nadat ik een dichtbundel van Fernando Pessoa had gelezen. Hij kan veel mooier dan wij de grote vragen van het leven in perspectief zetten. Je wilt je daarmee meten. Dat vind ik terecht, want je schrijft al zo lang dat je op een gegeven moment ouder bent dan Gerard Reve toen hij 'De Avonden' schreef."

Een simpel 'ik hou van jou' kom je op de CD's van de vier niet tegen, maar in het oeuvre van bijvoorbeeld Vader Abraham (Pierre Kartner) wel. Rick de Leeuw: "Wil je dat graag een keer horen? Ik wil 'ik hou van jou' best tegen je zeggen, hoor. De Vader Abrahams in deze wereld leggen juist voor ons de lat zo hoog. De dwang om je daarvan te onderscheiden, maakt dat je het anders moet zeggen." Boudewijn de Groot: "Als je schrijft 'ik hou van jou', heb je alles al gezegd. Daar hoef je niets aan toe te voegen. Het gaat erom dat je vanuit dat gevoel een tekst schrijft. Pierre Kartner maakt van die 'alternatieven-teksten', hij geeft drie coupletten lang een ander beeld van dezelfde situatie. Zo kan ik er honderd verzinnen." Rick de Leeuw: "Hij zet zijn computer met vijfhonderd zinnen in een een shuffle-mode en dan heeft-ie weer een tekst." Thé Lau: "'Ik hou van jou' is in een verhouding tussen mannen en vrouwen dé zin waar je altijd met een grote boog omheen loopt. Ik heb meermalen meegemaakt dat iemand mij heeft verleid om dat toch te zeggen en dat de sfeer voor de rest van de nacht meteen behoorlijk verpest was."

Boudewijn de Groot: "Teksten zijn nu simpeler dan vroeger. Toen werden er verhaaltjes verteld. Een tekstschrijver moest lang nadenken over hoe hij begon en hoe hij er een leuke draai aan kon geven. Nu worden in straat- en spreektaal simpele dingen gezegd. De verhaaltjesdrang is weg. Vroeger werd er met een lied als 'Spring Maar Achterop' van Eddy Christiani een situatietje geschetst dat verder geen kwaad kon." Rick de Leeuw: "Het is niet zo hip meer om in verhalende vorm te schrijven. 'De Ogen Van Je Vader' van onze laatste CD is wél een verhalend lied. Misschien komt dat ook weer terug, een lichte herwaardering van het ambachtelijke. Bij Van Dik Hout viel me het ouwelijke op in de onderwerpkeuze. Ze zingen over dingen waar ik me niet druk om maakte toen ik 25 was. Ik wilde alleen maar 'Naar De Top'. Maar misschien werk jij, Martin, traditioneler dan wij, weet je beter binnen welke marges je wilt schrijven?" Martin Buitenhuis: "Ik houd rekening met de traditionele rockonderwerpen, zoals het verlangen. Het verlangen naar onbekende dingen, verwachtingen die niet uitkomen. Dat zijn naar mijn idee de klassieke onderwerpen uit de rockgeschiedenis." "Als je 25 bent", roept Rick de Leeuw, "kun je toch niet zeggen dat verwachtingen niet uitkomen?" Buitenhuis: "Toen jij 25 was, was dat waarschijnlijk niet aan de orde." "Rock 'n roll gaat toch alleen maar over liefde?", komt Boudewijn de Groot ertussen. Zijn vriendin vult aan: "En over seks!" De Groot: "En over rebelleren tegen de oudere generatie. Verder gaat alles over relaties. Wat is traditioneel in de rock? Liefde."

Rick de Leeuw: "Over traditie gesproken, we hebben een keer een roadsong proberen te schrijven, 'Ver Van Huis'. In het tweede couplet staan we aan de grens. Dat is anders in Amerika. Als Bruce Springsteen zingt 'I've been driving all night', heeft dat iets desperaats. Als ik zing 'ik heb de hele nacht gereden', vragen ze: ben je op vakantie geweest? Of: was je de weg kwijt? Voor mij is de thematiek door de jaren heen dezelfde gebleven. Hoe meer je je eraan ontworstelt, des te verkrampter raak je. Ik merk dat ik, naarmate ik ouder word, eenvoudiger in mijn woordkeus ben. Liefde of geen liefde, ouder worden en dan de dood."

In de loop van de jaren tachtig, na de Engelstalige jaren zeventig, lijkt de rockwereld in ons land de schroom om in de eigen taal te zingen definitief te hebben afgeworpen. Niettemin zegt Martin Buitenhuis: "Je voelt je naakter als je in het Nederlands zingt. Je verstopt je niet achter een andere taal. Toen ik in het Nederlands begon te zingen, had ik het idee een beetje in mijn blote kont te staan." Boudewijn de Groot heeft reserves: "Steeds als er in het Nederlands wordt gezongen, hoor je ze op de radio zeggen dat het bij een golfbeweging hoort: Nederlands is weer in. Ik zou willen dat het normaal werd om in het Nederlands te zingen. Als het uit overtuiging gebeurt, is het altijd beter dan omdat het in de mode is." Rick de Leeuw, resoluut: "Toen wij recensies kregen waarin niet langer stond: 'on-Nederlands goed' en 'eindelijk is het Nederlands product volwassen', was voor mij dat idee van die golf verdwenen." Thé Lau: "Het is zoiets als wanneer Engelsen jou complimenteren met je goede Engels. Je spreekt die taal pas goed als ze dat niet meer zeggen." Rick de Leeuw: "Je hoeft dat station maar één keer te passeren. Voor de Nederlandse rock is dat al gebeurd." «


[Media]