ER ZIT AL SNEL IETS BURGERLIJKS AAN HET ROCK 'N' ROLL-LEVEN

DE VOLKSKRANT Gijsbert Kamer, mei 1998

Jeroen Booy (1994) / Foto: Paul TolenaarDe nieuwe plaat van The Scene, 'Marlene', klinkt akoestischer en organischer dan vorige platen. Die lichte koerswijziging was nodig, zegt Thé Lau, want The Scene was op het punt aangekomen van buigen of barsten: "We waren een soort rockmoloch geworden."

Bij Thé Lau (45) zat de schrik er goed in toen hij in de eerste aflevering van de veelgeprezen TV-serie 'Oud Geld' een Nederlandstalige rockband geportretteerd zag. Scenarioschrijfster Maria Goos was ooit een keer voor research met Lau's band The Scene mee geweest naar een optreden. Lau: "Ik was heel benieuwd hoe ze de zanger van de band zouden neerzetten. En verdomme, al in de eerste aflevering zag je al die typische Nederpop-clichés voorbij komen: de zanger van een rockgroep als drinkende boerenlul met een leren jasje aan. Ik moest echt mijn hele omgeving overtuigen dat niet ìk dat was die daar model voor had gestaan. Er zit al snel iets burgerlijks aan dat hele rock 'n' roll-leven. Wat voor de burgervader z'n borrel en z'n pantoffels zijn, is voor de rockmuzikant z'n biertje en z'n lijntje. Dat is een schrikbeeld waaraan ik me wil onttrekken."

Dat het anders moest met The Scene, wist Lau al langer. "Ik herkende veel in wat ik laatst over Nick Cave las. Hij kreeg na jaren herrie maken ook het gevoel niet meer met maar tegen zijn band te zingen, en haalde op een gegeven moment het volume drastisch naar beneden. Dat hebben wij ook gedaan. Vroeger greep ik in de studio altijd direct naar mijn elektrische gitaar, maar sinds onze theatertour ben ik erachter gekomen dat ik eigenlijk veel beter op akoestische gitaar kan spelen." De nieuwe plaat van The Scene, 'Marlene', klinkt akoestischer en organischer dan vorige platen, ook omdat Lau aan veel nummers violen toevoegde. Die lichte koerswijziging was nodig, want The Scene was op het punt aangekomen van 'buigen of barsten'. Keurig draaide de groep ieder jaar haar ronde door het Nederlandse zalencircuit. Maar het niveau en de inzet daalde.

Lau: "Ik realiseerde me dat The Scene als liveband in 1993 beter was dan in 1995. We waren een soort rockmoloch geworden. Een band op niveau als U2 zag je daar ook mee worstelen. Zij kozen voor een dance-aanpak, maar rock en dance vind ik een heilloze combinatie. Dat is het verschil tussen het café en de disco, en ik kan niet dansen. Maar er moest iets veranderen. Niet in het handschrift van de liedjes maar meer in de sound. Vandaar dat we op 'Marlene' meer met violen en samplers zijn gaan werken. Toen ik een half jaar terug Radiohead in Ahoy' hoorde spelen, was dat voor mij echt de muziek van de toekomst. Dat gevoel naar iets blijvends te luisteren kende ik niet meer uit de rockmuziek. Ik moest erkennen dat de meeste dingen in dancemuziek veel frisser en origineler klonken. Ook in Nederland zijn de meest spraakmakende bands niet voor niets dance-acts."

Thé Lau vindt het jammer steeds weer te moeten praten over de vermeende concurrentiestrijd tussen The Scene en een veel jongere Nederlandstalige band als De Kast. "Veel Nederlandstalige bands klinken zo local, terwijl wij met The Scene altijd global wilden zijn. Het in het Nederlands zingen mag geen alibi zijn voor gemakzuchtige muziek, waarin het er vooral om gaat dat de tekst lekker klinkt." Liever kijkt Lau naar België waar The Scene vergeleken wordt met K's Choice en dEUS, bands die hem meer aan het hart gaan. "België is altijd al het land geweest waar The Scene het populairst was. 'Blauw' was daar dankzij Studio Brussel in 1991 een soort volkslied geworden. Langzaam sloeg de vonk over naar het noorden, waar we zo in 1993 onze top bereikten. Ik zei toen al tegen mijn band: let op, er komt ook een neergang. Ik weet na al die jaren wel hoe dat werkt, en we hebben niet altijd even gemakkelijke platen gemaakt."

"Ik was vrij oud, 35, toen ik voor het eerst succes kreeg met een groep. Daarvoor speelde ik in tal van bandjes. Toen de Tröckener Kecks op mijn pad kwamen, veranderde er veel voor mij. Zij hadden een liedje dat over onze drummer ging, en ik raakte bevriend met zanger Rick de Leeuw. Hij vroeg me hun platen te produceren, en ik vroeg Rick hetzelfde voor The Scene te doen." Samen met De Dijk groeiden The Scene en de Tröckener Kecks uit tot de populairste bands van Nederland, die toevallig ook nog eens in het Nederlands zongen. Maar het publiek van vroeger is ouder geworden en gaat niet zo vaak meer naar concerten. Lau: "Ik vermoed dat we niet veel aansluiting meer hebben bij zeventienjarigen. Maar kinderen van mijn kennissen duiken wel weer op 'Marlene', terwijl ze met de vorige twee Scene-platen niet zoveel hadden."

Zelf is Lau het meest trots op een liedje als 'Rivier', dat hij beëindigt met een hulde aan de 'joden en de slaven'. Het is voor Thé Lau een blijk van erkenning aan de liedjes van Tin Pan Alley en de zwarte bluesmuziek waaraan hij zich schatplichtig voelt. Lau: "Al heb ik de zwarte muziek als inspiratie toch een beetje achter me gelaten. Ik voelde me er op den duur wat ongemakkelijk bij, het is muziek die ons Nederlanders niet zo past. Daarom ben ik op zoek gegaan naar de ideale mengvorm van rock met het Franse chanson." 'Marlene' heeft Lau het gevoel van een nieuwe start gegeven. "Ik heb mijn blik verbreed en ben niet meer die jongen uit de rockband die vanuit de middelbare school direct de auto is ingestapt om met een kratje bier het land door te rijden." «


[Media]